Theo Lint 1958-2024
rouwregister www.theolint.be
initiatielessen karate

Wat is Karate?

A. is ZELFVERDEDIGING

Door effectieve technieken iemand op afstand houden of uitschakelen. Dit kan ook betekenen: iemand proberen op een ander idee te brengen, bv. niet te vechten. Dit aspect van karate zal naar buitenuit gebruikt worden om het karate te promoten, vb. meer demonstraties op wedstrijden.

Zelfverdediging is gebaseerd op 1 definitieve beslissende techniek.

Opmerking:
Nog geen 10% van onze leden is geïnteresseerd in competitie. Het overgrote deel komt om zelfverdediging te leren of om louter sportieve of recreatieve redenen.

B. is LICHAAMSCULTUUR

Fysieke aspect:

  1. Karate manifesteert zich op ongeveer alle fysiologische domeinen van de sport:
    • lenigheid
    • snelheid
    • coördinatie (bimanuele activiteiten)
    • uithouding
    • weerstand
    • souplesse
    • kracht
  2. Uitschieters situeren zich op het vlak van:
    • weerstand
    • snelheid
    • coördinatie
  3. Belangrijk:
    De fysieke gesteldheid van een jongere van 18 jaar die reeds enkele jaren karate beoefent zal nog altijd evenwichtig verlopen : dit wil zeggen geen overbelasting of onderontwikkeling van spiergroepen, t.t.z. hij zal geen sportafwijkingen hebben (o.a. atletiekers), rugklachten (o.a. turners), tenniselleboog (o.a. tennissers),...

Mentale aspect:

Karate is een martiale sport, waarbij met het woord sport zowel het fysische als mentale cultuuraspect begrepen wordt. Voor het beoefenen van deze sport is discipline nodig. Met deze discipline wordt bedoeld dat de instructie bij karate vooral functie staat van respect voor elkaar en erkenning van gezag.

Opmerking:
In onze maatschappij is er op dit ogenblik een tendens naar meer discipline en respect. We bemerken meer en meer onbegrip voor tal van respectloze daden van mensen.

C. is CONTROLE

op training:

Er mag contact zijn (dit verhoogt het zelfverdedigingsreflex), maar deze mag geen impact hebben. Men moet rekening houden met de fysiek en mentale gesteldheid alsook met het niveau van de tegenstander. (bv. jongere - volwassen, beginneling - gevorderde, vrouw - man, …)

op wedstrijd:

De atleten aanvaarden een vorm van contact. Dit contact moet echter de tegenstander respecteren. Er mag geen intentie zijn om te kwetsen.

Opmerking:

Bovenstaande omschrijving impliceert niet dat er contact moet zijn. Vooral op wedstrijdniveau zijn het juist de ervaren scheidsrechters die de potentiële impact herkennen bij een niet-contact techniek.

Op training dienen we te streven naar:

  • het herwaarderen van ippon! Ippon betekent niet perfecte techniek, wel beslissende techniek (waza-ari = effectieve techniek). Meer info: kihon, ipon, kumite.
  • gevaar voor kwetsuren herkennen: niet wachten tot de kwetsuur er is vooraleer te bestraffen. (Indien een atleet kampt zonder martiaal respect voor zijn tegenstander bestaat er gevaar voor kwetsuren).
    Bij ongecontroleerd contact op training pompt men spontaan 20x!
  • noteren dat kwetsuren chudan erger kunnen zijn dan jodan. Oefen dus veel tegenaanvallen op het chudan niveau.

D. is SPORTETHIEK

Dit komt in alle sporten voor, maar in karate wordt de sportethiek sterk benadrukt als zijnde onderdeel van de martiale vorming.

E. is TOTALE LICHAAMSKRACHT MET HEUP + BUIKSPIEREN

Het is een noodzakelijke voorwaarde dat er een totale lichaamsinzet is, de techniek moet vanuit het zwaartepunt komen.

Opmerking:
Dit is een wezenlijk verschil met andere gevechtssporten.

F. is ZANSHIN

Zanshin moet er zijn voor, tijdens en na de techniek; dit is alertheid om zowel voor, tijdens als na de techniek nog een eventuele actie op te vangen of nog de beheerste toestand met volledig energiebehoud waarin men komt na het juist uitvoeren van een totale techniek (the perfect finish).

Belangrijk:
Deze definities manifesteren zich enkel wanneer men reeds verschillende jaren (cfr. DAN-niveau) vertrouwd is met karate.

G. ALGEMEEN

T.o.v. andere gevechtssporten onderscheidt karate zich op drie niveau's:

  • controle der technieken
  • totale lichaamsinzet (vanuit het zwaartepunt en de heup)
  • de technieken zwaaien niet door maar keren terug op hun bewegingsbaan.